Wanneer is er sprake van het syndroom van Korsakov?
De diagnose kan worden gesteld door neuropsychologisch onderzoek, na observatie gedurende enige tijd én, na een voldoende lange periode van alcoholonthouding en lichamelijk herstel, door neuropsychologisch onderzoek. De term “syndroom” duidt er al op dat het gaat om een aantal symptomen, die samen het syndroom vormen. In de praktijk zie je dan ook dat verschillende kenmerken in verschillende gradaties aanwezig zijn. Dit betekent dat Korsakov patiënten soms met mantelzorg zelfstandig kunnen blijven wonen. Andere patiënten hebben de zorg/begeleiding nodig binnen een verpleeghuis of een beschermde woonvorm (RIBW).
De kenmerkende stoornissen van het syndroom van Korsakov zijn: amnestische stoornissen(geheugenstoornissen) en executieve stoornissen.
Amnesie
Amnesie valt uiteen in twee vormen: anterograde amnesie, het niet kunnen onthouden van nieuwe informatie, en retrograde amnesie, het verlies van informatie van voor het ontstaan van de hersenbeschadiging. Bij retrograde amnesie is dus informatie verloren gegaan die ooit wel aanwezig was.
Over het algemeen is de ernst van het ziektebeeld van een patiënt met Korsakov af te meten aan de ernst van de retrograde amnesie. Hoe meer informatie in de tijd verloren is gegaan van voor het ontstaan van het syndroom van Korsakov hoe ernstiger de beperkingen en handicaps over het algemeen zijn.
Anterograde amnesie is het meest opvallende kenmerk van het Korsakov syndroom: door problemen in het geheugen ontstaan inprentingstoornissen. Vanaf het ontstaan van de Korsakov is de patiënt niet of nauwelijks in staat nieuwe informatie te leren (afhankelijk van de ernst van de Korsakov). De inprenting is verstoord, het actief ophalen van herinneringen uit het geheugen lukt niet meer goed, waarbij opgehaalde informatie vaak in de verkeerde chronologische volgorde en/of context wordt geplaatst. Hierdoor bestaat ook de kenmerkende breuk in de levenslijn van mensen met verworven hersenletsel.
Executieve stoornissen
Cliënten die belast zijn met het syndroom van Korsakov hebben naast geheugenstoornissen vaak executieve stoornissen. Grofweg vallen de executieve stoornissen uiteen in drie groepen; patiënten kunnen hun gedrag niet starten, patiënten kunnen hun gedrag niet stoppen, patiënten kunnen hun gedrag niet reguleren.
Patiënten vinden het vaak lastig om initiatief te nemen en zichzelf in de hand te houden. Maar ze kunnen ook problemen hebben om hun gedrag vol te houden, te plannen, te overzien of bij te stellen. Daardoor hebben ze regelmatig grote problemen om zelfstandig te functioneren.
Als gevolg van de executieve stoornissen hebben Korsakov patiënten nauwelijks besef van hun eigen mogelijkheden en beperkingen. Ze worden vaak gezien als apathisch en als mensen met weinig ziekte-inzicht.
Als ze falen geven ze veelal anderen of externe factoren de schuld. Ook zijn ze oprecht van mening dat ze zonder meer naar huis kunnen en zelf goed in staat zijn hun leven weer op de rails te zetten.
Veel voorkomende kenmerken
Confabulaties: Patiënten die zich dingen niet kunnen herinneren hebben sterk de neiging deze lacunes op te vullen door verzinsels, vaak voortkomend uit foute geheugensporen die in de verkeerde chronologische volgorde en of context worden geplaatst. Korsakovpatiënten doen dit niet bewust, zijn ervan overtuigd dat hun verzinsels op waarheid berusten. Spontane confabulatie neemt vaak in de loop van de tijd af, maar op doorvragen komen ze vaak nog naar boven. Ze kunnen buitenstaanders flink op het verkeerde been zetten doordat de verhalen als overtuigend en reëel kunnen overkomen.
Perseveratie: patiënten blijven dezelfde reactie of het zelfde antwoord herhalen, ook als de vraag of situatie anders is.
Zelfoverschatting: vanaf het ontstaan kan men van de ene op de andere dag ernstige beperkingen krijgen. Doordat sommige cognitieve functies (b.v. in tegenstelling tot dementie loopt het IQ geen/weinig schade op) intact zijn, kunnen ze zich in eerste instantie een stuk beter presenteren dan zij in werkelijkheid zijn. Dit gecombineerd met confabulaties en een over het algemeen te optimistische kijk op de handicaps (zover ze die onderkennen) zorgt regelmatig voor overschatting van de mogelijkheden.
Naast deze bovengenoemde symptomen kunnen er diverse andere bijkomende symptomen optreden als gevolg van de hersenbeschadiging. Er is vaak sprake van psychiatrische problematiek: depressie (moeilijk te onderscheiden van apathie), psychoses (moeilijk te onderscheiden van foutieve aannames vanuit geheugenproblemen/confabulaties), etc., naast mogelijke persoonlijkheidsproblematiek.
Door de leefstijl is er vaak bijkomende "schade" door overmatig alcoholgebruik. (Hart- en vaatziekten, leverfunctiestoornissen, polyneuropathie en verhoogd risico van aandoeningen aan mond/keel/slokdarm). Door de sociaal-maatschappelijke- en alcoholproblematiek hebben Korsakov patiënten vaak een klein netwerk.
